Stoofperen_Soepiemonster

Wacht, waar ben ik? Zo zwaar beneveld heb ik me in tijden niet gevoeld. Het bonkt in mijn hele wezen. Ik haal diep adem. De geur van glühwein brengt me terug bij zinnen. Oja, nog steeds lig ik op het aanrecht van Soepiemonster. Hoe lang heb ik geslapen? Liever zou ik blijven dutten, maar ik móet weten wanneer ik aan de beurt ben. Voorzichtig kijk ik om me heen. Ze staat er weer, met haar enorme koksmes. Uitslover. Waar ze de peren nog lieflijk toezong, lijkt haar humeur gekeerd. Met enorme uithalen hakt ze de uiteinden van een grote rode ui af. Met haar venijnig gelakte nagels vilt ze het stuk groente. Met snelle slagen snijdt ze de ui tot de fijnste snippers. Huilt ze nou? Ze moet wel boos zijn, want met brute kracht worden twee tenen knoflook geplet. Ook deze mogen hun huid niet houden. Ik lig vlak naast de grote houten snijplank, bibberend te wachten of mij ook dit lot beschoren is.

Nog een pan wordt op het vuur gezet. Die hele grote dit keer. Het harde getik van de automatische ontsteker op het gasfornuis klinkt dreigend. Alsof er wordt afgeteld naar het einde. De fik erin.  De afzuigkap zuigt met al haar kracht. Wat een kabaal in de keuken. Het monster giet een flinke scheut olie in de pan, waar de gesnipperde ui en knoflook sissend in gefruit worden. Ze zet het vuur lager en roert kalm met een houten pollepel door de pan. De rust lijkt wedergekeerd. Maar dan is het tijd. Het moment waarop ik gewacht heb sinds ik door de ontluikende bladeren voor het eerst zonlicht zag. Het moment waarvan ik dacht dat ik er mooier op zou worden, staat nu bol van de twijfel. Wat betekent deze aanstaande metamorfose voor me? Word ik echt mooier in een andere vorm? Of had ik blij moeten zijn met hoe ik ben?

Tussenvorm

Ik word op de plank gelegd. Ik probeer te ontspannen terwijl ik koude vingers om heen voel. Hoe harder ik probeer, hoe minder het lukt. Mijn buitenste bladeren, die eerder nog zo mooi glinsterden met de diamanten dauw, worden van me afgehaald. Ik voel me naakt als het enorme koksmes, dat nog glanst van het ui- en knoflookvocht, door mijn zachte bladeren glijdt en me door midden splijt. Mijn hart wordt uit me gerukt. Mijn harde binnenste is ongewenst. Ik verkleur van de ruwe behandeling, of ben ik echt deels wit van binnen? Het mes glijdt sneller en sneller door al wat van me over is. Het hakt net zo lang door tot ik in duizenden kleine reepjes op de plank lig.

Tijd om bij te komen en te wennen aan mijn eerste tussenvorm krijg ik niet. De plank gaat de lucht in en ik word in mijn nieuwe vorm de pan in geschoven. De hete olie brandt, maar ik word warm gekust door de ui- en knoflooksnippers. Van de eerste schrik bekomen, ga ik snel op in deze nieuwe smaaksymbiose.

Niet lang daarna worden we opgeschrikt door een waterval aan kou. We zijn geen eieren, die je laten schrikken moet! Het duurt gelukkig niet lang voor het water warm begint te worden en langzaam borrelt, alsof we in een jacuzzi zitten in een luxe spa! Ik kan niet wachten op meer gezelschap, zodat we samen genieten kunnen van het warme water. Het groentebouillonblokje is de eerstvolgende bezoeker aan ons kuuroord. Met een zachte plons landt hij in het warmwaterbad. Maar hij lost al snel op, als mist in de morgen, alsof hij niet bij ons wil zijn. Een minuut of twintig blijven we daar bubbelen, zo zonder nieuw bezoek.

Bubbelige blob

Bijna ben ik weer ingedut, een nieuwe vorm aannemen terwijl je door alcohol beneveld bent is niet niks. Maar dan valt een van de stoofperen met een flinke plons in de pan. Ah, we horen dus toch bij elkaar! Nog een peer plonst naast de ander neer. Hoor ik ze nou giebelen? Dan wordt een lobbige lepel crème fraîche in de pan gegooid. Met een bubbelige blob belandt de klodder onder water. Er komt er nog een. En nog een. Ik zou willen wegduiken voor de vettigheid, maar in mijn nieuwe vorm van duizend stukjes ben ik overal.

Er verschijnt een schaduw boven de pan. De staafmixer! Die heb ik eens eerder gehoord. Toch schrik ik van het plotselinge zagende geluid, dat weer een nieuwe metamorfose aankondigt. Ik houd mijn adem in en wacht gespannen terwijl ik mezelf meer door elkaar voel gaan. Ik word lichtpaars in mijn hoofd. Na een tijdje voel ik me helemaal smooth. De alcohol van de stoofperen die nu door al mijn vezels vloeit, lijkt me te ontspannen. Iets kriebelt en knispert: een snufje zout en een vleugje peper landen zachtjes op mijn oppervlak. Ik word nog eens rustig door elkaar geroerd.

Privilege

Het mooiste bord wordt uit de kast gepakt om me in te doen. Wat een privilege! Ik heb wel eens andere soepjes met minder moeten zien doen. Een deel van mij wordt in de kom geschept, een beetje room wordt over me heen gedrapeerd en wat gecrunchte pistachenootjes om het af te maken. Ik voel me heerlijk!

En wat een plaatje ben ik! Nooit had ik verwacht dat ik zó mooi kon zijn. En dat ik zo goed zou samengaan met room en pistachekruimels. Het maakt me alleen maar mooier. En stoofpeer? Dat had ik helemaal niet verwacht. Een dessert in de soep, wat een combinatie! Wie verzint nou zoiets? Tja, die Soepiemonster natuurlijk… Ik hoop dat ik haar mag smaken.